Hoofdtekst
Kloppen op de deur.Waar R. nu woont stonden er vroeger twee kotjes van huizekens. Ze waren vreselijk slecht. T. ging naar Frankrijk de kampagne (seizoenarbeid) doen. Alle avonden werd er aan die huizekens getoverd. Er werd op de deur geklopt, maar T. zijn vrouw dierf niet opendoen. Allè, T. zijn zuster nogal een struise kloeke vrouw trok er naartoe. Weer hetzelfde. Wie is daar? Geen antwoord. Nog ne keer gevraagd. Wie is daar? Geen antwoord. En d’er was toch iets. Daar rechtover op het hof van P., hetzelfde als dat dat er nu nog staat, hielden ze de wacht vanop de schelf. Maar daar was nooit iets te zien. Dat kwaad heeft zich dan op het hof zelf gezet. Want, hé, daar waren de drij sterkste en felste gasten van de parochie en ze zijn alle drij op korten tijd gestorven. Daar moet toch iets geweest zijn van dat kwaad hé.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een man woonde in een klein huisje waar het spookte. Iedere avond klopte iemand op de deur van het huisje. De vrouw durfde echter niet openmaken omdat haar man als seizoenarbeider in Frankrijk werkte en ze dus alleen thuis was. De buurvrouw kwam de vrouw gezelschap houden, maar ook zij durfde de deur niet open te maken. Op de boerderij tegenover dat huis gebeurde precies hetzelfde, maar er was nooit iets te zien. Op die boerderij werkten drie taaie knechten. De drie knechten zijn allemaal op korte tijd gestorven.
Bron
P. Henderickx, Leuven, 1959
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
174
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlekkem   
Plaats van Handelen
Frankrijk   
