Hoofdtekst
26B Ja, dat vertelde ons moe ook altijd. Maar ikzelf, maar dat was dan… die heette De Hond. Als ik klein was, ik ging nogal dikwijls naar mijn grootouders tegen ’s middags. Ik kwam dan van het school met mijn tante. Want die leeft nog, want die is 88 … Die is van ‘13. Die was tien jaar ouder dan ik, negen jaar ouder, en dan gingen we ’s middags van daar naar het school. Dat was in de hei in Wolfsdonk en ik woonde in de Roos, mijn ouders woonden in de Roos. (?) En daar was een mijnheer en die had altijd een kruis aan zijn deur staan. En die heette De Hond. En de kinderen, ik heb het nooit niet gezien. Maar er waren er die dat dikwijls gingen pikken, dat kruis, en dan was die zo kwaad. En die ging met een stok ook en die liep zo een beetje gebogen. En dan plaagden ze die mens.x Ja.26B En als hij ging slapen, dan zetten hij dat binnen. En dat was ook voor heksen.x Dat hield de heksen tegen dan?26B Ja, dat moest, dat moest de heksen tegenhouden. Zei hij. Maar dat waren zo maar twee planken opeen geslagen en daar bleef het bij. En dat weet ik welk huis en al dat dat was, maar ja, het is voorbij nu. (?)
Beschrijving
In Wolfsdonk woonde een man die een kruis bij zijn deur had gezet om zich te beschermen tegen heksen.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
1.6 Weerwolven
vlaams-brabants (groot-aarschot)
26B
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langdorp   
Plaats van Handelen
Wolfsdonk   
