Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MDREE0141_0142_2144 - De Graaf van Bovelingen verbannen door een geestelijke

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

De Graaf van X..., die kwam terug noa zijne dood. Dat was elek jaar in den herefs(t), dan donderde het, en het bliksemde; de deuren en de vinsters van 't kasteel sloegen open, en dan begon dat, hein. Hij was met zijn gloeiende voiture (= vurige koets) met zwatte pjaad met vuurogen en zo gingter rond het kasteel; en doa was ene put in de bos, hein, en dan verdweenter doa, met alles de put in. En he kwam elek jaar terug. Dat was omdat er geen rus(t) kon vinden, hein, omdat er hem goederen en van alles onrechvjadig (= onrechtvaardig) aangeschaf(t) had. He moes(t) verbannen jonne (= worden) door paters, minderbroeders of zo, mè die moesten zuiver zijn, of ze konden hem nie verbannen. Doa woareter (= waren er) al veel die geprobeerd hadden, maar he wis(t) altijd iet, den ene had te veel in zijne buik gestop(t), den andere had nie genoeg geknöpeld (= de rozenkrans gebeden) of zo... Mè in de gemeente Ba(t)sheers, was een heilig männeke, die moes(t) het kunnen, ofwel kregen ze hem nie weg! Ja, en ee(n) jaar t' rop kwamter weer in de herefs(t), de blaren waren aan 't vallen en 't waaide en 't deed weer zo lelijk, en dat pastoorke ging aan de put staan bo de graaf moes(t) verdwijnen. Hij stond doa met zijn gebjèë (= gebeden), en toen kwam de graaf af met zijn koets. - 'Wat doet gij hier?' vroeg die. - 'Ik kom U verbannen in de naam van God' zei 't heilig Männeke. - 'Ja, maar dat gaat zo niet, zei de graaf, want gij hebt een kabuis gestolen.' - Hij wist toch weer iet, wor! - 'Ja, da's waar, zei 't pastoorke toen, maar ich heb ene halve frank op de stok gelegd.' En toen is hij nooit meer teruggekomen.

Onderwerp

SINSAG 0258 - Plagegeist durch Pfarrer (Pater) gebannt    SINSAG 0258 - Plagegeist durch Pfarrer (Pater) gebannt   

SINSAG 0473 - Wiedergänger in der Geisterkutsche.    SINSAG 0473 - Wiedergänger in der Geisterkutsche.   

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

Beschrijving

Elk jaar kwam de graaf van Bovelingen in de herfst spoken in de buurt van het kasteel. Wanneer het onweerde, vlogen de ramen en deuren van het kasteel open. De graaf reed dan met vurige ogen rond in een brandende koets met zwarte paarden. De graaf verdween telkens in een put in het bos. De ziel van de graaf kon geen rust vinden omdat de man tijdens zijn leven veel eigendom onrechtmatig in zijn bezit had gekregen. Veel paters hadden al geprobeerd om het spook te verbannen, maar dat was niet gelukt omdat de geestelijken zelf niet zonder zonden waren. In Batsheers woonde echter een heilige pastoor, die nooit een zonde had begaan. Toen het herfst werd, ging de pastoor bidden bij de put waarin het spook altijd verdween. Toen de graaf in zijn koets kwam aangereden, vroeg hij: "Wel, wat doe jij hier?", waarop de pastoor antwoordde: "Ik kom je verbannen in de naam van God". Daarop zei het spook: "Ja, maar dat gaat niet. Jij hebt ooit in iemands tuin een kool afgesneden". De pastoor antwoordde: "Dat is waar, maar ik heb een halve frank in de plaats gelegd". Daarna is de graaf nooit meer komen spoken.

Bron

M. Dreezen, Leuven, 1967

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
409
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Millen    Millen   

Plaats van Handelen

Batsheers    Batsheers   

Bovelingen    Bovelingen