Hoofdtekst
Paarden afgereden.D'r was nen boer aan Oosterweel. Dien had daar een grote wei: d'r liepen peerden in. En die zagen altij nat van 't zweten. D'r was er ene en die zei dat die wieren afgereien. 's Avonds om twaalf uren kwaam daar een toverheks en die sloeg mee e stokske op den deurboom en dan begosten die peerden gaan te lopen.
Beschrijving
Bij Oosterweel woonde een boer wiens paarden 's ochtends altijd bezweet waren. Om middernacht verscheen daar een toverheks, die met een stok naar de dieren sloeg, waardoor ze begonnen te lopen.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
209
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ekeren   
Plaats van Handelen
Oosterweel   
