OMATT0270_0271_18866 - Onderaardse gangen te Zoetendale.
Een sage (mondeling), 1963
Hoofdtekst
Over de tempeliers. Ja, heje van Zoetendale gehoord. D’er stonden daar vier hofsteden en te middent stond er ne steen en oje op diene steen stondt, stondt ge op drie prochies: Maldegem, Moerkerke en Middelburg. En oje naar boven keekt wast er nen zonnewijzer. Ge kost zien hoe late dat ’t was aan diene wijzre. En de tempeliers gingen van Zoetendale naar Brezende. Da was door nen onderaardse gang. Dat is zeker van ’t jaar 1300 da’k klappe (spreke). Van dare trokken ze naar Spermalie, Rostijne en Rapschoe. En op Zoetendale wast er een kapelle en op die zerken stonden er heiligen afgebeeld. Zo ’t is juist voor den oorlog dan de zerken weggehaald zijn. Ze zijn nu in Sint Baafs. Ze zeggen dat diene gang toegemetst is en dan de paters uitgehongerd zijn. Ze kwamen zelder nooit in ’t publiek. En ge kunt nog zien waar dat diene gang gelegen heet ot gesneeuwd heet. De sneeuwe blijft er langer liggen dan elders. En op ene van die zerken stond er: "Hieronder ligt wat wonder". En onze ’t ommekeerdigen kosten ze lezen: "Ik ben zo blij dat ik lig op mijn andere zij;" Zo ze waren gefopt hé.
Beschrijving
In Zoetendale stonden vier boerderijen rond een steen. Als men op die steen stond, bevond men zich in drie parochies tegelijk: Maldegem, Moerkerke en Middelburg. Als men naar boven keek, zag men een zonnewijzer die de tijd aangaf. De Tempeliers gingen door een onderaardse gang van Zoetendale naar Brezende. Van daar gingen ze naar Spermalie, Rostijne en Rapschoe. In Zoetendale was een kapel met grafzerken waarop heiligen stonden afgebeeld. Op één van die zerken stond geschreven: "Hieronder ligt wat wonder". Als men de zerk omdraaide, las men: "Ik ben zo blij dat ik lig op mijn andere zij". Net vóór de oorlog heeft men die grafzerken weggehaald en naar Sint-Baafs gebracht. Op een dag heeft men de onderaardse gang dichtgemetseld zodat de paters omkwamen van de honger. Als het gesneeuwd had, kon men nog zien waar de onderaardse gang was geweest; op die plaats bleef de sneeuw namelijk langer liggen dan elders.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, 1963