Hoofdtekst
Mijn moeder zei: 'Ja kinderen' - daar waren altijd zo van die vertelselkes van die spookskes en van die eh - 'Ja', zegt ze, 'mijn broer heeft vanzeleven toen hij thuiskwam van een kermis, eh, was de schoverik achter hem, de schoverik hè.' Ik zeg: 'Wat is toch dat?' 'Ja', zei ons moeder, 'dat is gelijk een schoof stro dat in vuur staat en mijn broer kon nog juist binnenlopen.' En 's morgens stond de poot in de deur, verstaat ge, zo een paardspoot verbrand. Die was achter in de deur geprent. Maar ik was een gamin (= klein meisje) en ik geloofde dat niet. Ik zei: 'Nonk, hebt gij ooit een schoverik achter u gehad?' 'Wat is toch dat', zei hij. Ja, moeder vertelde zo een verhaaltje dat de schoverik achter u was en ik vond dat niet waar. Dat was iets juist een mutsaard stro zo en dat was achter u en dat was allemaal vuur en ge kondt juist nog binnenlopen. En de poot, zo een verbrande poot dat stond in de deur geprent. En die zei tegen mij: 'Ik heb vanzeleven geen schoverik gezien.'
Onderwerp
SINSAG 0212 - Spötter pfeift Feuermann heran
  
Beschrijving
Een man die terugkwam van de kermis, werd tot zijn grote schrik gevolgd door een vuurman. Een vuurman leek op een baal stro die in brand stond. De man bereikte nog net op tijd zijn huis. De volgende ochtend stond de paardenpoot van de vuurman in de deur gebrand.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
midden-limburgs
a
Oom van de informant
fabulaat
De informante hoorde het verhaal van haar moeder. Toen ze haar oom met het verhaal confronteerde, beweerde die echter nooit een vuurman te hebben ontmoet.
Naam Locatie in Tekst
Hasselt   
