Hoofdtekst
Mien grootvader vertelde da ’t in z’n huus nog gespokt et: ’t stormde gelik in huus en al de deuren waaiden open en ’t er wierd me ketens gesleurd langst de trappen en grootmoeder zei: “O je van God gezoenden ziet, spreekt, mor o je van den duuvel gezoenden ziet, zwiegt” en ipeens was ’t gedaan.
Beschrijving
In een huis waar het spookte, waaiden de deuren open en werd met kettingen over de trap gesleurd. Op een dag zei de vrouw des huizes: "Als je door God gezonden bent, spreek dan. Als je door de duivel gezonden bent, zwijg dan". Het volgende ogenblik was het gedaan met de spokerij.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (n van brugge)
252
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Dudzele   
