Hoofdtekst
Beschrijving
Jonge meisjes die gingen dansen, werden soms bang gemaakt door grapjassen die een kaars in een uitgeholde biet hadden gezet.
Soms vertelde men dat dwaallichtjes de zieltjes van kinderen waren.
Soms vertelde men dat dwaallichtjes de zieltjes van kinderen waren.
Bron
E. Tielemans, Leuven, 1978
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
brabants (zuid-west)
90I
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ruisbroek   

