Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LDHAE0165_0165_31463

Een sage (mondeling), 1975

Hoofdtekst

Er stond hier altijd een vrouwmens boven de trapjes in Edelare. Die had altijd een witte snuitdoek aan. En er waren hier meisjes die erg schui waren. En Marie had naar de fabriek geweest en ze had in ploeg gewerkt en ze zag ze daar boven staan want ze had dat al dikwijls horen zeggen. Ze pakte haar pulle gereed in haar hand, want ’t was een moedige hoor. En ze was nochtans maar een jaar of zestien. En ze passeer ervoor en als ze gepasseerd wordt zegt die toveres: “Gij zijt wel niet bang van mij?” Marie zegt: “Ge hebt geluk dat ge uw handen niet uitgestoken hebt, want ik had mijn pulle hier gereed om in uw kop te slaan.” Maar ze heeft er nooit meer gestaan.

Beschrijving

In Edelare stond altijd een vrouw met een witte halsdoek op de trapjes. Veel mensen waren bang voor die vrouw. Een zestienjarig meisje dat terugkwam van haar werk in de fabriek, zag de vrouw daar staan en haalde haar drinkbus boven. Toen de vrouw zei: “Jij bent zeker niet bang voor mij?”, antwoordde het meisje: “Je hebt geluk dat je je handen niet hebt uitgestoken, want ik had mijn drinkbus al klaar om je het hoofd in te slaan”.

Bron

L. D'haeze, Leuven, 1975

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
79D
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Edelare    Edelare   

Plaats van Handelen

Edelare    Edelare