Hoofdtekst
Jan Van Rompay kreeg de eene ramp na de andere: zijn hoeve brandde af, de koeien stierven. De paters zegden dat hij moest gaan naar iemand die sterker was dan degene die hem het kwaad aandeed. Er werd heiligdom onder en boven de deur gestoken en een vrouw die altijd water kwam putten bleef weg, omdat deze man iets in den put had gegoten.
Beschrijving
Een man wiens koeien waren gestorven en wiens hoeve was afgebrand, kreeg van de paters de raad om naar iemand te gaan die sterker was dan de persoon die hem het kwaad aandeed. De man stak heiligdom onder en boven de deur. De man goot ook iets in zijn waterput. Daarna kwam een bepaalde vrouw die voordien altijd water was komen halen, niet meer langs.
Bron
A. De Haes, Leuven, 1943
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps
19
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lier   
