Hoofdtekst
Beschrijving
Ter gelegenheid van de kermis in Kester had een man toestemming gegeven om op een bepaald stuk grond een tent te zetten, wat niet naar de zin was van de kasteelheren van Oetingen. De man is bij de framassons gegaan. Op zekere dag is hij echter spoorloos verdwenen. Niemand heeft ooit geweten waar hij was.
Bron
S. Libaut, Leuven, 1999
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
brabants (gooik, lennik en omgeving)
20B
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gooik   
Plaats van Handelen
Kester   
Oetingen   
