Hoofdtekst
De pasters vroeger kosten vele wè. Op Slijpe was ter ook zo een. De mensen hadden d’r al benauwd van, van die vent. Je (hij) koste hij de mensen in de kerke doen zitten. ‘k Heb ik nog gehoord dat er hier azo een slecht vrouwmens was, een hekse gauw, en ze koste zij op een keer niet meer uit de kerke. En ze moeste zij blijven zitten en de paster zei: “Wat doe je gij hier nu nog?” En ton (dan) koste ze weg.
Beschrijving
Een pastoor zorgde ervoor dat een heks de kerk niet kon verlaten. Pas toen de pastoor zei: "Wat doe jij hier nog?", kon de heks rechtstaan.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
269
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mannekensvere   
