Hoofdtekst
Marcel Coster vertelde dat, en je (hij) geloofde aan niet anders he, maar daaraan geloofde hij. Dat was een smid en alle nuchtend even goed je (hij) vond nieten (niets) van z’n allaam (gereedschap) alles stond onderste boven. En z’hadden gezeid datten dat moste een keer afwachten he ’s nachts. En je steekt hij een gloeienden ijzer in z’n smissevier en te twaalven haalde ’n dat uit. Al dat geruchte begoste (begon) were en geheel zijn smisse onderste boven en ne (hij) zag niet he en ne(hij) zwaaide altijd maar rond met z’n ijzer he. En as dat gedaan was achter a (een) tijd dat stopte, en ’s anderendaags gaat ’n hij door de plaatse voor ’t een of ’t ander en a (een) ziet daar drie oude wuven met geheel under (hun) aanzichte in striepen (strepen) verbrand, van tegen te slaan he met dat gloeiend ijzer. En dat waren die drie die alle nachten dat kwamen doen.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een smid wiens gereedschap 's ochtends altijd overhoop lag, besloot op een nacht de wacht te houden in zijn werkplaats. Toen de man om middernacht geluiden hoorde, begon hij met een gloeiende ijzerstaaf in het donker te zwaaien. De volgende dag kwam de smid drie oude vrouwen tegen, die brandwonden in hun gezicht hadden.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
228
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwpoort Bad   
