Hoofdtekst
Vrouw ligt de volgende morgen met één hand in bed.D'r was eens ne molenaar en die kon zijn gasten niet houden, ze stierven allemaal. D'r wilde geen ene meer komen. Nu moest de mulder zelf gaan malen 's nachts. Hij zat daar alleen in de molen en hij hoort iets. Hij gaat zien, en opzij zijn er zo'n gaatjes in de molen hé, en daar was een kat met haren poot aan 't krabben om binnen te komen. 't Zal rap gedaan zijn, denkt de mulder. En hij staat te loeren en als de kat met haren poot door 't gaatje komt, kapt hij hem af en de kat valt eruit. 's Morgens gaat hij naar huis en hij roept op zijn vrouw, maar ze wil niet opstaan. Hij gaat zien en ze was een hand kwijt. De vrouw was de toveres geweest en van dan af was 't toveren gedaan op de molen.
Onderwerp
SINSAG 0622 - Die verzauberte Mühle (Brauerei)   
Beschrijving
Een molenaar wiens knechten allemaal stierven, zag zich genoodzaakt 's nachts zelf te malen. Toen hij daar zat, hoorde hij een kat met haar poot aan de deur krabben om binnen te komen. De molenaar hakte de kat een poot af. Toen hij 's ochtends naar huis ging en zijn vrouw riep, wilde deze niet opstaan. Ze was een hand kwijtgeraakt.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (rupelstreek en omgeving)
311
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Niel   
