Hoofdtekst
Een zwartzuster vliegt voorbij.Den broer van ons moeder die ging naar de pastoor voor te trouwen. En daar moet ge drie keren voor gaan. Hij zag daar een zwartzuster door het veld komen en die liep precies in een hemd en die vloog zo rap vooruit dat haar rokken rösten. Die liep tot aan de haag van het kerkhof, daar liep ze tegen en dan was ze ineens weg.Den tweede keer gaat hij naar de pastoor en weer kwam daar zo'n zwartzuster aan. Hij dacht: ge zult me na niet meer voor zijn, maar die geest vloog vooruit en het was weer hetzelfde.Den derde keer vertelde hij dat tegen de pastoor en die antwoordde: 'Laat dat maar doen, maar ge moet met den avond alles gerust laten.'
Beschrijving
Een man die naar de pastoor ging omdat hij wilde trouwen, zag een zwartzuster met ruisende rokken door het veld vliegen. De verschijning vloog tegen de haag van het kerkhof om vervolgens te verdwijnen. Toen de man voor de tweede keer naar de pastoor ging, maakte hij opnieuw hetzelfde mee. De derde keer vertelde hij aan de pastoor wat hij had gezien. Daarop zei de geestelijke: "Laat dat maar doen. 's Avonds moet je alles met rust laten".
Bron
L. De Wit, Leuven, 1956
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (mechelen en omgeving)
52
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zemst   
