Hoofdtekst
In Hazebrouck, ’t huis van Menhere Kempe staat daar nog ossan. ’t Was daar een vrouwmens die neur kind verwenst hadde. Z’hadde ruze ermee en ze zei: “’k Gaan je verkopen al ware’t aan den duvel”. En ’s anderendaags ’t kwam daar een here in ’t zwart gekleed en hij heeft 3 jaar weggeweest en als’n werekwam hij zei dat’n drie jaar in d’helle geweest hadde. En hij heeft gehaald geweest in een bus (bos) met een koppel zwarte peerden en een voeteure en hij zei dat’n de deure opengedaan hadde voor Menhere Kempe, en dat heeft op ’t tribunaal gekommen. madame was kwaad. En ze noemden dien vent “den hellevent”.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
In Hazebroek woonde een vrouw die haar kind verwenst had met de woorden: "Ik ga je verkopen, ook al is het aan de duivel!" De volgende dag werd het kind in het bos opgehaald door een in het zwart geklede heer die met een koets reed die getrokken werd door zwarte paarden. Het kind bleef drie jaar weg om in de hel als portier te werken. Toen het kind terugkwam, werd het door iedereen 'de hellevent' genoemd.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (franse grens)
498
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Watou   
Plaats van Handelen
Hazebroek   
