Hoofdtekst
Ene man kwam van Luik af met kolen. Onder de baan jondeter (= werd hij) doodgehouwd door loerjagers. En het pjaad (= paard) kwam alleen thuis met de kär met twiedoezendvijfhonderd kilo kolen 's nach(t)s om twalef uren. Wei (= hoe) kon dat pjaad nu zo alleen terugkomen, zo wijd?! Dat moes(t) ook ereges iet zijn.
Beschrijving
Een man die met een voorraad steenkool terugkwam van Luik, werd onderweg doodgestoken door stropers. Het paard kwam om middernacht zonder begeleiding thuis met tweeduizendvijfhonderd kilo steenkool.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
931
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Henis   
Plaats van Handelen
Luik   
