Hoofdtekst
Beschrijving
Enkele mannen die met de paardenkar op pad waren, kwamen een heks tegen, die zei: “Ik zal die paarden eens een suikerklontje geven, waardoor ze levendig over straat gaan”. De voerman zei: “Neen, want je maakt ze ziek”. Toen de man ’s avonds tandpijn had, kreeg hij van de heks een soort van muntje. De andere mannen kregen ook zo’n muntje, maar ze staken dat in hun zak. Toen de man thuiskwam, gooide hij de muntjes in de kachel. De heks doolde om middernacht nog steeds op straat rond.
Bron
H. Hendrickx, Leuven, 1962
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (overgangsgebied antwerpen - kempen)
593
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schilde   
