Hoofdtekst
Ons vader die had e wit paard en dat had nooit geweigerd en hij ging 'n kar zand halen op e weg van Overpelt naar Lille en hij wou nie trekken. De kar afgeladen, hem onder zijn pens geschoept, allemaal geen avans. Maar daar woonde in de buurt 'n heks, Trien noemde ze die, en Trien stond met hare mens in de deur te kijken. 'Wilt hij nie trekken' riep ze tegen ons vader. 'Nee' zei ons vader, 'ich begrijp er niks van, hij heeft nooit geweigerd.' 'Gaat dan maar eens terug staan' zei ze en ze begon met Jan te doen just of want ze aan 't wiel ging draaien. 'Ju' zei ze en 't paard begos te trekken dat 't schoon was om te zien. Dat is heel echt gebeurd.
Onderwerp
SINSAG 0534 - Die dreizehnte Speiche   
SINSAG 0539 - Hexe bannt an den Platz
  
Beschrijving
Een man ging met zijn paard van Overpelt naar Sint-Huibrechts-Lille om er een kar zand te halen. Toen het paard onderweg plots bleef stilstaan, laadde de man tevergeefs de vracht van de kar. De heks Trien, die in een nabijgelegen huis woonde, kwam naar buiten en vroeg: "Wil hij niet trekken?" Daarop kwam Trien dichterbij en maakte een beweging alsof ze aan het wiel ging draaien. Het volgende ogenblik kon het paard moeiteloos verder.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
198
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Trien   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Huibrechts-Lille   
Plaats van Handelen
Overpelt   
Sint-Huibrechts-Hern   
