Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KERAR0094_0095_16439 - Bende Pollet te Dikkebus (mislukte inbraak)

Een sage (mondeling), 1966

Hoofdtekst

Waar dat Mauprez daar woont, ’t was ’s avonds, je ging daar binnen. Je vroeg als de boer thuis was. "Ja’j”, zei de boerinne. "Weet je gij dat je schoonzeune dood is”? vroeg Pollet. Ze verschoten geweldig en zeggen ze tegen mekaar: "Me kunnen wij nu toch niet meer gaan, op zo’n heure van den avond”! Dat was verre over Ieper. Ja, over tijd, dat was al per sieze (koets), peerd en sieze, ’t waren geen auto’s over vijftig jaar. Maar Pollet klapte en klapte altijd om algelijk te gaan. Ze wilden niet gaan. Je mochte slapen in ’t perstal (paardenstal) bij Hector. ’s Anderendaags ’s nuchtens, peerd aan de sieze gespannen om er naar toe te rijden. Als ze ginder komen, de boerinne was aan ’t zingen. Iedereen was aan ’t zingen en aan ’t werken. ’t Kwam toen al uit. Hij had daar geern binnengeslapen, mar je moste slapen bij de zeune in ’t perstal. J’had hem daar misrekend. Dat was bij boer Lemahieu, nu woont Mauprez daar. Op dien avond, ’t waren twee boeredomestieken en z’hadden gaan kaarten. Nu, bij nachte, ze komen naar huis, were naar ulder hof. Dat was Cyriel Boudry en Cyriel Ligier. "Hoe”? zegt den enen tegen den anderen, "’t is nog alsan lucht ’t onzent, zou er een zwijn jongen”? "Ja, ik weet het niet”, zegt Boudry, hij was daar soorte poester (koewachter). Als ze thuis kwamen, ze zagen geen lucht meer, nauwers (nerges) niet. Nu, ze kropen op de perstalzolder en ze sliepen. Dat waren mannen van de bende die altijd hun luchtje aanstaken tegen dat den anderen ging de deure opendoen. Ze wisten dat hij binnen was. Dat was dat dat hij zo geern had binnengeslapen. Je moest de deur opendoen voor d’ander. Also heeft er daar niet voorgevallen. Dat was bij Lemahieu’s.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Op een boerderij in Dikkebus kreeg men 's avonds bezoek van de bende van Pollet. De bendeleider maakte de boer en de boerin wijs dat hun schoonzoon gestorven was. Daarop antwoordde de boerin ontzet: "Op dit uur van de avond kunnen wij daar toch niet meer naartoe gaan! Het is nog verder dan Ieper". Pollet bleef echter aandringen en stelde de boer en de boerin voor om onderweg in iemands paardenstal te overnachten en de volgende dag met paard en kar verder te reizen. Toen de boer en de boerin de volgende dag bij hun familie aankwamen, was iedereen daar zingend aan het werk. Er was helemaal niemand gestorven. Pollet had die list gewoon bedacht om in het huis van de boer en de boerin te kunnen overnachten. Hij had echter pech, want hij moest bij de zoon van de boer in de paardenstal slapen.

Bron

K. Erard, Leuven, 1966

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (ieper)
13
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Pollet (bende van)    Pollet (bende van)   

bende van Pollet    bende van Pollet   

Naam Locatie in Tekst

Dikkebus    Dikkebus   

Plaats van Handelen

Dikkebus    Dikkebus