Hoofdtekst
Ok (als ik) nog ne kleine jongen ware kwamt er op zekeren keer op onze muelen (molen) ne meulenknecht werken. En ’t gebeurdige ne keer ot hij over ‘t "Vliegende Peirt" kwam, zagt hij een bende toveraars en heksen dansen. Dat heet al bestaan. Die vent gingt er niet voor liegen. Hij liept hij door de wegels hé om de naaste (dichtste) weg te hen. En daar was da en schuw dat hij was.
Beschrijving
Een molenaarsknecht die voorbij 't Vliegend Peirt kwam, zag daar een bende tovenaars en heksen dansen.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
258
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Vliegend Peirt ('t)   
't Vliegend Peirt   
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
