Hoofdtekst
Beschrijving
Een man uit de buurt van Sint-Truiden werkte bij een boer. Een andere man die bij die boer werkte, en die ’s avonds vaak te voet naar huis moest, zag soms lichtjes op de hoek van een weide. Omdat de man altijd door de lichtjes werd gevolgd, zei hij een keer: “Ik wil verdomme weten wat dat is”. Toen de man de lichtjes de volgende keer zag, riep hij: “Wat moet je van mij hebben?” Het volgende ogenblik vlogen de lichtjes naar de man toe en sloegen hem driemaal met zijn neus in het veld. De man was dood.
Bron
V. Michiels-Lecock, Leuven, 1973
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
brabants (tienen)
4e
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oorbeek   
Plaats van Handelen
Sint-Truiden   
