Hoofdtekst
Op een hof, ’t gong niet meer. De beesten kwijnden weg, van beuter karnen was er nooit geen sprake meer en ’t was altijd entwadde. Ze vermoedden een die ’t groot kwaad deed en ze verboden hem nog naar ’t hof te komen. Ze gingen naar Pater Smetje en je zei dat ze goed gedaan hadden. Met de slag, ’t was gedaan. Dat waren er die ommegingen met den duivel en alzo konden ze ’t groot kwaad doen.
Beschrijving
Op een boerderij waar de dieren wegkwijnden en men geen boter meer kon karnen, meende men de oorzaak van het kwaad gevonden te hebben. De persoon die van het onheil werd verdacht, mocht niet meer op de boerderij komen. Later zei een pater dat de boer de juiste beslissing had genomen. Mensen die omgingen met de duivel, konden immers veel kwaad aanrichten.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (ieper)
17
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Dikkebus   
