Hoofdtekst
Bij ons, do was 'n zeug aan 't biggelen en moeder zat bij de zeug. Ze hoorde boven maar iets rammelen maar ze wist nie wat 't woor. En moeder zei tegen vader: 'Ich weet nie wat 't is, maar hier rammelt zo dik (dikwijls) get (iets) en hier loopt zo dik ene zwarten hond.' - 'Och, dat is niks', zei er. 'Ich zal hem wel eens hebben.' En duw zat de werewolf in de varkensstal en duw heeft vader hem opgesloten. Er kos 'm nie houden, zo vettig woor er, maar te lange leste heeft er 'm toch gekregen en met de kniep (zakmes) stak er hem e kuut in de kop en twee dagen daarna zegden de mensen van Hees dat er zenen hele kop verbonden had.
Onderwerp
SINSAG 0822 - Werwolf getroffen (geschlagen) nimmt wieder menschliche Gestalt an (und ist erlöst oder stirbt).   
Beschrijving
Op een boerderij hoorde men altijd lawaai en zag men vaak een zwarte hond rondlopen. Op een dag slaagde de man erin de hond in de varkensstal op te sluiten. Met een zakmes stak de man het dier een gat in de kop. Enkele dagen later vertelde men dat een man uit Hees een verband om zijn hoofd droeg.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (bilzen)
504
Ouders van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rosmeer   
Plaats van Handelen
Hees   
