Hoofdtekst
In ’t kweken van ulder joengens in mijn huus èn z’ook vele tegengekommen. M’an wieder e proper huus en èn hinnekot. En zegt mijn moeder: "Me gon wieder dat hinnekot verandern in e slapkamer." Ze veranderden dat in e kamer. En een van mijn broers moste dorin slapen. Mor olle nachte en iedere keer datten ontwakte, zagten dor an ’t ende van zijn bedde e koeikop met ogen lik lanteerns. Deur dat die joengen dat niet wilde ofgon en datten dor niet meer wilde slapen, makten ze dat were in èn hinnekot en d’hinnen dein niet anders dan vleggern (verschrikt rondvliegen) heel de nacht. J’hoorde niet anders. En t’langen letste zein vader en moeder: "Dat gaat ook niet meer om dor hinnen in t’hoeden. Ze zijn zieder dor heel den tijd verschuwd." En z’èn toen dat kot ofgetrokken en d’er e koolkot van gemakt.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een vrouw die verschillende kinderen had, besloot het kippenhok naast het huis te verbouwen tot een slaapkamer. De jongen die daarna in de kamer sliep, zag iedere keer wanneer hij ontwaakte een koeienkop met ogen als lantaarns. Omdat er geen einde kwam aan de vreemde verschijnselen, besloot men van de kamer opnieuw een kippenhok te maken. Toen dat was gebeurd, hoorde men de kippen de hele nacht rondfladderen. Uiteindelijk heeft men van het kippenhok een kolenhok gemaakt.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (vrijbos)
65I
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Langemark   
