Hoofdtekst
Den baas was weggegaan affairens gaan doen. En zegt dat wijf: "Dat is toch raar dat hij zo lange weg is!" En ze ging gaan kijken en ze zag ’n luchtje. En daar geen acht op geven hé, ’n letje gewacht, nog ‘ne keer gaan kijken naar heuren vent en hij was daar nog niet. Maar dat luchtje was daar nog. En hij is toen thuisgekomen. En zegt ze: "Hebt ge dat luchtje daar ook gezien?" "Nee’k!" - "Kom", zegt ze, "’k ga ’t u ‘ne keer tonen." En ’t stond daar were.Ja, dat was iets die daar verscheen hé.En de vent heeft op die plekke ’n kapelleke doen zetten, dat is nu "Onze-Lieve-Vrouwe ter Ruste".En ze doen nu nog alle jare ’n processie naar dat kapelleke, tien dagen voor Sinksen: "Kapellekens Ommegang". En ze doen toen ’n novene.
Beschrijving
Een vrouw werd ongerust omdat haar man al zo lang weg was. Toen de vrouw buiten ging kijken, zag ze een lichtje. Een tijdje later kwam de man thuis. Hij had het lichtje niet gezien, maar toen zijn vrouw met hem mee ging om het lichtje te tonen, was het daar weer. De man heeft op die plaats het kapelletje van Onze-Lieve-Vrouw-ter-Ruste laten bouwen. Ieder jaar wordt tien dagen vóór Pinksteren een bedevaart naar dat kapelletje gedaan.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
27
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Onze-Lieve-Vrouw-ter-Ruste   
Pinksteren   
Naam Locatie in Tekst
Gijzelbrechtegem   
