Hoofdtekst
Fietje Durnez ging met zijn broere in ‘nen bakwagen naar Stientje Bouckaert, omdat hij lijk betoverd was.En binst dat hij bij Stientje is, verbetert hij. En Stientje overleest hem. En Fietje, zijn zuster, las mee. En hij verbeterde altijd voort.En als ze voortkwamen: "Eén dingen", zei Stientje tegen Fietje, "als ge wat vindt op de strate, niet oprapen, ge moet ’t laten liggen." En ze gingen voort en Fietje raapte toch iets op. En als ze thuis kwamen, heur broere was sterrezot…
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een vrouw ging met haar betoverde broer naar een genezer-tovenaar. De genezer overlas de man en zei: "Als je op de weg naar huis iets op de grond ziet liggen, dan mag je dat onder geen beding oprapen". Op de weg naar huis raapte de vrouw echter toch iets op. Toen het tweetal thuiskwam, was de man stapelgek.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
449
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Eloois-Vijve   
