Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

COOMS0216_0216_8498 - De vrijmetselaar van Beringen-Mijn: leven en dood

Een sage (mondeling), 1968

Hoofdtekst

Hie in Bêringen-Mijn, moê nao ’t voetbalplein is, woênde ne vrijmetselaar, Mul, heette’n ‘em. As ’t onweer was kroop’em altêd in zê bed. Ne kiêr sloeg ’t onweer op zênne kelder. Hê liep nao buiten, stak zên armen in de lucht, zjust as of ‘em ging preken en hê riep: "Jezus, Maria, Jozef, bliksemen meugde, mar van mênne wijnkelder moette afblijven." Iêr dat’em doêd was zee’em altêd: "Lucifer en Calvijn komen mich haolen en mee gloeiende kettingen binnen ze mich vast." Tegen mê vaoder vertelden’em ok is euver de vrijmetselaars: "In ne groête kelder moesten we ozze eed aflengen, en dao brandde dao zoê een hiêl klein roêd lichteke. "En toen?" vroeg mê vaoder. Toen zee’em niks ne mieê. As’em gestörven is wierd’em getrokken mee ne waogen mee zes zwêtte pjeir en ’t zwiêt liep zoê van die pjeir af.

Beschrijving

In Beringen-Mijn woonde een vrijmetselaar met de naam Mul. Tijdens een hevig onweer liep Mul naar buiten, hief zijn handen in de lucht en riep: "Jezus, Maria, Jozef, bliksemen mogen jullie, maar van mijn wijnkelder moeten jullie afblijven!" Vóór zijn dood zei Mul: "Lucifer en Calvijn komen mij halen en met gloeiende kettingen binden ze mij vast". Toen de man was gestorven, werd zijn doodskist voortgetrokken door zwarte paarden die helemaal bezweet waren. De vrijmetselaars moesten hun eed afleggen in een grote kelder waar een klein rood lichtje brandde.

Bron

C. Ooms, Leuven, 1968

Commentaar

3.2 Vrijmetselaars
limburgs (beringen en omstreken)
517
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Mul    Mul   

Lucifer    Lucifer   

Calvijn    Calvijn   

Naam Locatie in Tekst

Koersel    Koersel   

Plaats van Handelen

Beringen-Mijn    Beringen-Mijn