Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

AHELS0082_0082_43265

Een sage (mondeling), 2001

Hoofdtekst

11G En Marie van Tuinkes op Schandooi. Dat was ook een heks. Die woonde zo in een lemen hutje, hé. Een klein lemen hutje. En dat waren dan oude mensen die al krom gingen, en die hadden dan zo een witte koewes op. Vroeger hadden de oude mensen in Veerle een witte koewes op om gaan te slapen. En dat was een doek zogezegd, en die werd dan vastgebonden rond de nek. En overdag deden ze een kernet op. Dat was zo iets zo.. .zo en dan hier achter hun oren met een lint. Dat was zo iets zwart met een beetje satijn of zijde aan zo. Dat deden ze overdag op, maar om 's avonds gaan te slapen deden ze een koewes op. Maar die mensen, die oude mensen, die spaarden die kernet op hun kop zeker, en die hadden die koewes altijd op. En dan was dat een heks, hé. En daar waren ze dan bang van, dan hadden die mensen nog één of twee tanden vanvoor, dat had dan nog zo een lelijk gezicht. En dan gingen die met een stok. Ja.. .als we nu zogezegd speelden als we naar school gingen en dan hekske deden dan, was dat altijd krom gaan met een stok zo, hé. (lacht)

Beschrijving

In een klein lemen hutje in Veerle woonde een vrouw die ervan werd verdacht een heks te zijn. Ze droeg de hele dag een witte doek rond haar nek. Zulke doeken droegen de mensen wanneer ze gingen slapen.

Bron

A. Helsen, Leuven, 2001

Commentaar

2.1 Heksen
antwerps (veerle)
11G
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Veerle    Veerle   

Plaats van Handelen

Veerle    Veerle