Hoofdtekst
Paarden worden rustig na aflezen.En mijne gebuur, die d’r wat verder oep woont, dien zag af mee zijn peirde. Iedere nacht stonde die biëste te stampen en te sloagen mee hun puëte da ’t vrië was. Ik vertelde hem da Peer den Bult ons geholpe ha en hij ging er nortoe en Peer kwam en ’t was gedoan.
Beschrijving
Een man wiens paarden iedere nacht onrustig stonden te schoppen, kreeg de raad om een bultenaar te laten komen, die over bijzondere genezende krachten beschikte.
Nadat de man dat had gedaan, werden zijn paarden rustig.
Nadat de man dat had gedaan, werden zijn paarden rustig.
Bron
H. Verherstraeten, Leuven, 1970
Commentaar
oost-vlaams (noordelijk waasland)
293
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kallo   
