Hoofdtekst
I -En de die ôt dus dat hondje zot gemaakt?26 H -Dat was haar dochter, zij was dan al dood hé en naar het schijnt had ze haren boek, ôt ze haur boek aan haar dochter gegeven hé, aan Marie en dat was van Marie heur (haar) hondje dat die mensen dat ôn (hadden).I -Ah, die mensen hadden dat hondje van Marie gekregen?26 -Van Marie ja. Maar het was meest haar moeder, Marie haar moeder die die naam ôt (had) van, Marie ook, Marie ôt (had) dat overgenomen zeiden ze.II -Marie was een dochter van die Eugénie?26 -Ja, Marie was een dochter van die Ûge. (lacht)
Beschrijving
Een vrouw die over bijzondere krachten beschikte, zou bij haar dood haar toverboek aan haar dochter hebben gegeven.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.3 Toverboeken
oost-vlaams (groot-zottegem)
26H
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Goriks-Oudenhove   
