Hoofdtekst
I Maar zo echt iets over heksen horen vertellen van: "Pas op met dat oud vrouwke, daar."36 Nee. Nee. Ja, … (= onverstaanbaar). Sommigen zeiden: "De heks." Die had zo heel wit, grijs haar, zo plakkerig ding. Dat (vrouwke) werkte hier tegenover vroeger. Daar was vroeger een café. Daar ben ik dikwijls ene gaan drinken. Ik heb dat menske nooit niet zien kwaad doen, maar die praatte met niemand, had nooit geen contact. Ze wekte hier heel hard. Verstaat ge? In het dorp bij anderen en bij m’n grootmoeder, daar ging ze ook werken. Maar waarom ze haar een heks noemden? Ik weet het niet.I Die zag er misschien een beetje zonderling uit of zo?36 Zonderling, ja. Ook de kledij en de haren zo plakkerig en zoiets. Zo oud, zo’n oud mormel dat niet veel zegt. Verstaat ge? Het was ook zo’n oud menske. Maar waarom dat ze haar een heks heetten? Ik weet het niet. Ik heb het nooit geweten, want ik vond ze eigenlijk … Ze was altijd vriendelijk als ze langskwam. Maar ik zeg, gelijk ge zegt, zonderling uitziend. Verstaat ge? Dat was eigenlijk de dinge.I Maar het was ook nooit zo dat men speciaal de pastoor liet komen om een kind te zegenen omdat men dacht dat het behekst was?36 Nee.
Beschrijving
Een oude vrouw uit Vroenhoven die weinig contact had met de mensen, werd voor heks aanzien.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (groot-riemst)
36I 498
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vroenhoven   
Plaats van Handelen
Vroenhoven   
