Hoofdtekst
Min moeder hèd dikkens verteld van dienen raren up de kermesse. De mensen gingen ’s navens ne keer naar de plaatse naar de kafé, en min moeder ging wok met vader naar Juulke Schoenmakers. En olmettekeer den deen kwam binnen met een potje met twee teerlingen. De mensen hadden dat nog nooit gezien en ze bekeken dadde nateurlik. En je pakte ton ’n spel kaarten en zegt ne: "Gasten, moet ik ne keer de vier zotten (boeren) in de vier hoeken van d’herberge doen hangen?" ’t Waren er ol vele die ’n beetje achteruitgingen, en je kappelde (schoffelen) de kaarten en je lei er ne zwarte doek over, en je dee dien doek weg en mijn ziele, de vier zotten hingen in de vier hoeken van de kafé, en ge mochte kijken in de kaarte, de vier zotten waren weg. De baas wilde dat ie voortging, want ’t wos daar ol vele volk dat wegging, maar je lei were diene zwarten doek erop, en de vier zotten waren weg. "En moet ik nu nog ne keer duvelkes doen dansen up tafel, maar echte duvelkes hé?" Maar den baas moste het niet weten, en j’hèd hem ton maar up strate gezet, je moste olgelik een beetje zorgen voor zijn tere, dien dag.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een avond kwam in een café een man binnen, die een potje met twee teerlingen bij zich had. De mensen hadden dat nog nooit gezien. De man sprak tot de mensen: "Zal ik de vier boeren uit het kaartspel eens op in de vier hoeken van de herberg laten hangen?" De tovenaar schudde de kaarten en legde er een zwarte doek over. Vervolgens nam hij de doek weg en kon men de vier boeren in de hoeken van de herberg zien hangen. Die vier kaarten waren daadwerkelijk uit het kaartspel verdwenen.
De herbergier wilde dat de tovenaar vertrok omdat er al veel mensen uit angst waren weggelopen.
De tovenaar legde de zwarte doek opnieuw over de kaarten en zei: "Zal ik nu eens echte duiveltjes doen dansen op tafel?" De tovenaar kreeg echter niet meer de kans om dat te doen, want de herbergier gooide hem buiten.
De herbergier wilde dat de tovenaar vertrok omdat er al veel mensen uit angst waren weggelopen.
De tovenaar legde de zwarte doek opnieuw over de kaarten en zei: "Zal ik nu eens echte duiveltjes doen dansen op tafel?" De tovenaar kreeg echter niet meer de kans om dat te doen, want de herbergier gooide hem buiten.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
301
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Geluveld   
