Hoofdtekst
Ja, dat gebeurde dikwijls dat de mensen – als ze ’s morgens opstonden – dat ze Lange Jeanne over de deure van de koestal zagen geleund staan.Boer Delbeke, de grootvader of overgrootvader van Maurits Delbeke, die nu op dat hof weunt dat vroeger klooster was, ewel, die grootvader van Maurits Delbeke, stond ’s morgens ook ‘ne keer op, en hij zag Lange Jeanne over de koestaldeure geleund staan. En ze lachte hem uit en ze zei: "Ge hebt er nog niet mee gedaan!" En hij was natuurlijk wreed vervaard en d’ander mensen, die dat hoorden, ook. En ze begosten te lezen, beewegen te houden en beloften te doen. En de grootvader van Maurits Delbeke begoste al dat sport met Lange Jeanne beu te komen, en hij deed een belofte een kapelle te bouwen. En die kapelle is-t-er gekomen, maar in ’t eerste had hij geen centen genoeg. En zolange of dat die kapelle daar niet stond, spookte ’t altijd voort. Maar met dat die kapelle daar gezet was, is ’t gedaan geweest.
Beschrijving
's Ochtends zagen de mensen Lange Jeanne vaak over de deur van de koeienstal leunen. Op een dag had Lange Jeanne tot een boer gesproken: "Je hebt er nog niet mee gedaan". Omdat de boer het spelletje stilaan beu begon te worden, beloofde hij een kapelletje te bouwen. Zolang die kapel er niet stond, bleef Lange Jeanne spoken. Daarna was het afgelopen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
81
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Lange Jeanne   
Naam Locatie in Tekst
Kaster   
