Hoofdtekst
Daar hebben ze mich eens mee verrekt, met vlooien zetten. Florent Wilsen die kwam bij mij in 't werkhuis, die kwam nogal veel, maar die had altijd zo'n genegenheid van zich te jeukselen en te schuren. Ich zeg tegen 'r: 'Boeveur doede gij dat altijd?' 'Oh, dat is maar 'n manier' zegt ze. Ich zeg: 'Dan hebt gij toch maar vieze manieren, de mensen hebben dat nie gen (graag).' 'Als gij dat nie gen hebt, dan zal ich er u wel eens een sturen', zei ze, 'maar wie of wat dat zeg ich nie.' Ja, en in 't werkhuis daar loopt alleman hé, groten en klein, bekenden en onbekenden. Ja, en 's zaterdags 's avonds moet ne mens zich zo wat wassen hé. Dat gaat door, zuiver heem (hemd) aangetrokken, maar 's zondags. Ich wist gene vang aan niemeer, zo zat ich vol vlooien. Nee, dat hield met geen tien, twintig duizend op, wie ne mierenest. Ich den opkelder op, mich uitgespeeld en ich heb den hele achtermiddag niks anders gedaan als vlooien uitgeschud.
Onderwerp
SINSAG 0582 - Hexe schickt Läuse, Flühe, Mäuse.
  
Beschrijving
Wanneer Hendrik aan het werk was, kreeg hij vaak bezoek van Florent W. Omdat die vrouw de gewoonte had om zich overal te krabben, zei Hendrik: "Waarom doe jij dat toch altijd?, waarop Florent antwoordde: "O, dat is maar een gewoonte" Daarop sprak Hendrik geërgerd: "Dat is dan toch maar een vreemde gewoonte, want andere mensen hebben dat niet, hoor!" "Als jij geen vreemde gewoonte hebt", zei Florent, "dan zal ik je er weleens één sturen". De volgende zondag zat Hendrik vol vlooien.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
212
memoraat
Naam Overig in Tekst
Florent W.   
Hendrik   
Naam Locatie in Tekst
Kleine-Brogel   
