Hoofdtekst
Mijn broer, allé, hij heeft het mij zelf verteld, en dan is daar toch nog iemand geweest - mijn zuster - en die zagen een juffrouw. En die kwamen thuis uit de cinema. Mijn broer heeft het eerst gezien of mijn zuster heeft het eerst gezien, dat weet ik niet meer juist, dat was onze Rosalie geweest. En wij hadden thuis van achter op de koer zo een klein venstertje. En ze was uit de cinema gekomen en ze keek door dat venstertje en ze ziet daar zo een witte juffrouw met een wit kleed aan, kom. En ze keek en zij stijf van schrik en zij vertelt dat tegen mijn broer. 'Gaat toch door, lojen (= groot onhandig meisje)', zei hij, 'wat zoudt gij hier een spook gezien hebben.' 'Ja, ja, maar ik heb het echt gezien.' 'Awel', zegt hij, 'dan wil ik ook kijken.' En hij gaat aan de venster staan en hij ziet het. En hij kijkt door de venster en hij denkt: Maar ik moet toch weten wat dat hier is. En hij trekt de deur open en zij achteruit en mee dat hij naar die toe ging, ging die achteruit. En ging hij terug binnen, dan kwam ze naar hem toe. Werkelijk, wat ze gezien hebben, ik heb het ook nooit niet geweten. Maar hij hield voet bij stuk dat hij dat gezien had. Toen hij naar haar toe ging, toen ging zij achteruit en ging hij terug binnen, toen ging dat terug op hem aan.
Onderwerp
SINSAG 0310F   
Beschrijving
Rosalie was samen met haar broer naar de bioscoop geweest. Toen het tweetal pas thuis was, zag Rosalie door het raam een witte juffrouw verschijnen. Ze vertelde het onmiddellijk aan haar broer, die naar buiten wilde om de zaak te onderzoeken. Naarmate de jongen dichterbij kwam, bewoog de witte juffrouw naar achteren. Zodra de jongen naar binnen ging, kwam de verschijning weer dichterbij.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
midden-limburgs
d
Broer en zus van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hasselt   
