Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JASPE0248_0248_12006 - Tempeliers deden mis in de onderaardse gangen tijdens de vervolgingen

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

’t Liep ook een onderaardse gang, willen z’hebben van ons hof naar Passchijns. Dat was ook van de Tempeliers. Ze mochten ton (dan) geen messe doen he, en die geestelijken wareerden in dien gang zonder dat ze gezien waren. Binst dat ze messe deden stond er altijd een op wacht; en ze zijn ton algelijk (dan toch) weggejagen geweest. Dat was in de tijd van de kerkvervolgingen. En de tempeliers moesten ton altijd de tienste schove hebben van den oogst. Kwensie (kwestie?) van wanneer dat dat al is dat ze verjagen zijn, die Tempeliers. Dat waren stijve (erg) goeie geestelijken, zeien ze. Z’hebben de mensen altijd geholpen als ’t vervolgingen was.

Beschrijving

De Tempeliers hadden onderaardse gangen gegraven omdat ze werden vervolgd door de kerk. De Tempeliers eisten van iedereen een tiende van de oogst op. Wanneer de Tempeliers een mis deden, stond er altijd iemand op wacht. Op zeker ogenblik heeft men alle Tempeliers verjaagd.

Bron

J. Aspeslagh, Leuven, 1958

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
327
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Tempeliers    Tempeliers   

Naam Locatie in Tekst

Snaaskerke    Snaaskerke