Hoofdtekst
’t Wos e joengen die vele slichte boeken las en otten e keer werekeerde over ’t Brugschge, ol de binnenwegeltjes, zagten dor e slange juuste over dat brugschge. Enne ’t schupte d’erachter. Ze vloog toen up hem en roend hem toetdatten thuus wos. Enne moste nog driekart verre gon. En otten thuuskwam enne zweette nog e masse. Den dokteur e toen ’s anderndaags moeten kommen. Diezelfde kerel e den oorloge van veertiene voorspeld.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een jongen die slechte boeken las, wandelde op een dag naar huis. Bij een bruggetje zag de jongen een slang kruipen. Toen hij naar het dier had geschopt, vloog de slang rond hem. Het dier liet de jongen niet meer los tot hij thuiskwam. Drie kwartier later kwam de jongen bezweet thuis. Men moest zelfs de dokter laten komen om hem te onderzoeken. Diezelfde jongen zou ooit de eerste wereldoorlog hebben voorspeld.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (vrijbos)
138D
Vóór WOI
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Merken   
