Hoofdtekst
‘k Heb ik zeventien kinders gehad en ’t en heeft nooit maar één geweest die etwod tegengekommen heeft. Nuze Bertha was kleene en ’t was een vrouwmensch die rondging met spellen (spelden) en als ze weg was - dat kind lag in de wiege - en ze was derbij geweest binst dat ‘k ik achter mijn geld goeng. ’t En dei niet anders meer dan schreeuwen. En ‘k ging ik naar de paster: “Je moet naar de paters gaan daarvoren”, zei’n. En ’t heeft toen gebeterd.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een moeder wiens dochtertje in de wieg lag, kreeg bezoek van een leurster die spelden verkocht. Terwijl de moeder haar geld ging halen, ging de leurster stiekem tot bij het kind. Omdat het kleine meisje daarna de hele tijd huilde, ging de moeder naar de paters, die het probleem wisten op te lossen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
209
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Roesbrugge   
