Hoofdtekst
Ik en min vader, we waren wider kiekemarchands, en me waren olsan vroeg up bane ene, en me mosten dikkels passeren aan ’t Kruipgat, tussen de bomen aan Kamiel Croix’hof, en me zagen daar olsan een doodkeerse een luchtje dat versprong van den enen boom up den anderen, en min vader had daar geen benauwd van, maar ge meugt der nooit achter winken, zeitne.
Beschrijving
Twee kippenhandelaars die 's ochtends vroeg op pad waren, zagen bij 't Kruipgat altijd een doodkeers die van de ene boom naar de andere sprong. Naar zo'n doodkeers mocht men nooit wenken.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (ieper)
36
memoraat
Naam Overig in Tekst
Kruipgat (Zillebeke)   
Naam Locatie in Tekst
Zillebeke   
