Hoofdtekst
Een grootvader zei tegen zijn dochter die een kindeke gehad had “Ge moet nog uw doeken binnen pakken.” “Neen ik”, zei ze, “ik heb ze al opgeplooid.3 Maar ’t hing daar nog een hele root. Ze ging er naartoe, maar hoe meer dat ze naar die doeken ging hoe verder dat ze weg flodderden. Heel ver hoorde ze iemand lachen. Ze is sebiet binnen gekomen.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een grootvader gaf zijn dochter de raad om de luiers van haar kindje binnen te halen. De dochter antwoordde: “Ik heb ze al opgevouwd”, maar er hing nog een hele rij luiers aan de waslijn. Toen het meisje naar de luiers liep, vlogen ze weg. In de verte hoorde ze iemand lachen. Het meisje is dan onmiddellijk naar binnen gelopen.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
283
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ronse   
