Hoofdtekst
Jamaar, ’t hebben der vele iets gehad van de mare zulle; ze zijn lijk ulderen asem afgesneden, en ze zien ze komen, en al wat dat ge nog kunt doen is: "A-a-a"… Jamaar, ze lijden vele zulle, die dat tegenkomen.’t Was hier ook ‘ne jonge kerel, en hij was alle nachte van de mare berêen, alle nachte ’t zelfste. En hij heeft uit dat huis moeten gaan om ze kwijt te zijn.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Mensen die door de maar werden bereden, konden niet meer ademen of praten. Een jongeman die door de maar werd bereden, is uiteindelijk moeten verhuizen om de maar kwijt te raken.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
138
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gijzelbrechtegem   
