Hoofdtekst
Och meneer, dat besteit nów nog allemaol. Vrouwen die kinder ziek maoken, jà, dao heb ich noets veul van gehoord, maar dat ze van alles anders doen wel. En de waarheid voorspellen: u zeggen dit of dat gaat er met uch gebeuren. Oh, jao, jao… heksen, vrouwen die de naom hadden, zijn d’r nog genoeg. Maar vreuger zaogt g’r dat d’raan, mer nów neet mier: ’t zijn die altijd met de rozekrans rondlopen, hier in dit huis meneer zitten d’r zo: de ganse dag de rozekrans in de handen, mer als ze u kunnen ongelukkig maoken doen z’t, en ge kunt er niks tegen. En ze bestaon, menier: ene paoter heit ’t mich nog gezag, enen tijd geleden. Hoed uch voor die de rozekrans de ganse dag in de han(den) hebben, zei die. En dat zijn ze, menier, ich zeg: alles op zijn tijd, en laot iedereen met vreej. Maar die, zeg hun niks, of ’s anderendaogs zijt ge ziek of ligt ge in ’t bed: koppijn, overal pijn. Ze kunnen dat, menier! Hier in dit huis gebeurt dat. En ze weten alles van op voorhand. Mer meer kan ich daorvan niet zeggen, ich vertel geen bezonderheden.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Vroeger kon men heksen makkelijk herkennen, maar nu niet meer. Nu zijn het vaak vrouwen die de hele dag de rozenkrans bidden. Heksen kunnen mensen ziek maken of hen pijn doen krijgen. Ze kunnen ook de toekomst voorspellen.
Bron
P. Knabben, Leuven, 1970
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (maasvallei)
L/XIX/629
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lanaken   
