Hoofdtekst
De grootvader van de veldwachter, en dan nog ene, die gingen met tweeën zichten. Ene van de twee bleef a(ch)ter; die ging een wei in en hij maakte doa een bees(t) kapot, at de heleft op, en dan kwamter weer terug, en ze begonnen te wereken. Mè dien ene, die werekte wel drie of vier keren zo hel (= vlug) as den andere, en he zei tegen dien andere: 'zjiè doet toch niks vandaag!' - 'Dat zal wel, zei den andere, zjiè hèt hein al een haaf kaaf opgette (= ge hebt vandaag al een half kalf opgegeten)!' Mè die verdach(t) hem dat er weerwolef was, want die trok nogal eens voert, wee nie!
Onderwerp
SINSAG 0803 - Werwolf verschlingt Tiere.   
Beschrijving
De grootvader van de veldwachter ging samen met een vriend het veld maaien. Eén van hen bleef met opzet wat achterop, waarna hij in de weide een beest doodde en het voor de helft opat. Toen de man terugkwam kon hij wel drie of vier keer zo snel werken als zijn vriend. De man sprak tot zijn vriend: "Wel, jij doet vandaag niet veel, hè?", waarop de andere antwoordde: "Ja, dat zal wel, jij hebt zopas een half kalf opgegeten!" De man verdacht zijn vriend ervan een weerwolf te zijn.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diets-Heur   
