Hoofdtekst
Als “Jan” voorbijkomt kan men niets meer vangen.Peet De Cock die weunde op den Butdijk en die hou doar een visputjen in ’t Broek, woar da tje dikkest ging vissen. Op en oaved kwaam ekik doar verbij en hij zaat er weer. We begosten wij een beetje te proaten en ik vroog Peet of da tje a wa gevangen hou. “Niet jong”, zei tje “want de Jan (Kludde) es hier geweest.” En as die doar geweest was dan koste giën visken ne miër vangen.
Beschrijving
Een man die vaak ging vissen in het Broek, kreeg tijdens zo’n gelegenheid bezoek van een vriend, die vroeg of hij al veel gevangen had. Daarop antwoordde de man: “Neen, want Jan (1) is hiergeweest”.
Bron
R. Callaert, Leuven, 1969
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (sint-niklaas en omstreken)
4
fabulaat
(1) Jan: Kludde (taboe)
Naam Overig in Tekst
Jan (plaaggeest)   
Naam Locatie in Tekst
Moerzeke   
Plaats van Handelen
Broek   
