Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0146_0147_32019

Een sage (mondeling), donderdag 22 januari 1998

Hoofdtekst

9 B -En nu een wat toveren hé. Mijn vader zijn kozijn, Sylvain Van Den BergheE9 -Van Schapers dan ze zeiden. Hebt ge daar al van gehoord?II -Van ding, hoe heet hij, Schapers die daar woonde tegen de pastorij.E9 -Op de berg? Ah,nee ‘t zijn die niet.9 -Ah nee, ge hebt het op Van De Noordgate.II -Van De Noordgate, ja.9 -Ja, kom, mijn vader zijn kozijn, dat waren in die tijd allemaal kleine boertjes. En die mensen reden allemaal met een kruiwagen, met een kortewagen zeiden wij en tegen de avond zo zegt hij : “Ja, ik moet nog een kruiwagen loof hebben, ik ga er algauw om naar de kouter voor dat het donker wordt.” Allez, zijn hangzeel gepakt, zijn singel dat ze zeggen hé, zijn kortewagen en hij beginnen stappen en hij komt al de posterij daar in, richting Pardassenhoek hé en als hij daar juist aan de posterij was, juist op de hoek van de posterij, waar dat dat hekken daar was van de posterij, de achterkant wel te verstaan hé, daar ziet hij zo een afkomen, zo donker gekleed en hij komt bij hem en zegt hij : “Mijn vriend, zoudt gij mij niet kunnen zeggen, ik zou moeten naar Sint-Lievens-Essche gaan, al waar zou ik hier ‘t naarste ( ‘t snelste) kunnen gaan naar Essche?” “Ah ja,k.” zegt hij, Sylvain, “Tsé,” zegt hij, “gaat hier dat baantje af.” zegt hij; hier juist - dat baantje bestaat nu niet meer - juist achter Aste daar (de informant zegt hiereen naam die onverstaanbaar is) “Dat baantje af,” zegt hij, “en zo komt ge ginder aan Theo Pieteremans (Van Den Berghe) ginder uit en zo al de steenweg komt ge en kunt ge naar Essche gaan.” “Ah, wel ja, ‘t is goed.” zegt hij, “Allez, ge zijt bedankt.” “Ja, ‘t is niets.” zegt hij (Sylvain), “Oeioeioei” “Ge zijt bedankt.” en hij steekt zo dat hij (Sylvain) meende dat hij (de man in het zwart) zijn hand uitstak hé en ‘t was een bokkenpoot. En Sylvain meende van zo een hand te geven hé en dat was een bokkenpoot en Sylvain verschoot daar verschrikkelijk van en “heu!” en met den anderen die andere was aan’t stappen, thans (dan) zag hij (Sylvain) dat dat bokkenpoten waren ook in plaats van voetstappen ook, dat dat bokkepoten waren. En Sylvain is naar huis gelopen hij heeft twee dagen in zijn bed gelegen van schoute (angst). Maar dat was ieverst nen grappenmaker hé die ievers een bokkenpoot onder zijn kazakke, onder zijn frak gehad heeft hé en d’er wierden natuurlijk grappen gemaakt thuns (dan) hé. En voor hem schou te maken, hij deed van : “Allez, ge zijt bedankt.” en hij deed van den dienen (de informant steekt zijn hand uit) en allez, ‘t was een bokkenpoot hé. Dat zal een grappenmaker geweest hebben (zijn) die dat gedaan ôt (had) hé. (Er wordt gelachen) Maar Sylvain heeft er twee dagen van in zijn bed gezeten hé.

Beschrijving

Een man vertrok 's avonds met zijn kruiwagen om gras te halen. Bij de posterij kwam de man een vreemdeling tegen, die hem de weg naar Sint-Lievens-Esse vroeg. Nadat de man de vreemdeling de weg had gewezen, stak deze laatste zijn hand uit als teken van dank. Hij had echter geen hand, maar een bokkenpoot. Doodsbang rende de man naar huis. Twee dagen lag hij in zijn bed van angst. De vreemdeling was wellicht een grappenmaker die een bokkenpoot in de mouw van zijn jas had verborgen.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

3.1 Duivels
oost-vlaams (groot-zottegem)
9B
Neef van de vader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Grotenberge    Grotenberge   

Plaats van Handelen

Sint-Lievens-Esse    Sint-Lievens-Esse