Hoofdtekst
Mijn vadre gonk alle weken naar Karel D’Hoorens, hij barbierdige (coiffeerde), en hij gonk ne vent gaan scheren. Da was azo twintig minuten van mallekaar verscheen en hij gonk daar naartoe. En ot (als) hij daar geweest had ha… ja ja, … gonk hij were naar huis maar tons (dan) wast al late. En hij komt een peird tegen en da gonk mee. En dat is echt waar zè, en da peird trok hem in ’t water. En ot hij thuiskwam was hij mesnat hé en had hij zijn ding waar da zijn scheirmes in zat, verloren.
Beschrijving
Een kapper die iemand was gaan scheren, kwam op de terugweg een paard tegen, dat met hem meeliep en hem in het water trok. Toen de man thuiskwam, was hij kleddernat. Hij was bovendien de tas van zijn scheermes kwijtgeraakt.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
186
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Maldegem   
