Hoofdtekst
Op ne keer was ich bai men zuster gegoan en 't was al doonkel toen ich thous goenk. Opeens koem do een heks aater mich oan. As ich euver goenk, goenk zai ook euver. Dai heks koem van Niel. Ich hoa fel sjrik en goenk loipen.
Beschrijving
Een man die terugkwam van een bezoek aan zijn zus, werd gevolgd door een heks uit Kerniel.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (borgloon)
313
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Jesseren   
Plaats van Handelen
Kerniel   
