Hoofdtekst
Hier in Repen (= Overrepen) was vroeger e jöngske, die kon levendige muis (= muizen) maken. Hij pakte zijn haan vol stöp (= zijn handen vol kurken) en wreef zo eens temet (= ermee) en toen liepen doa wel tien, elef muis(= muizen) door de huis. Dat gebeurde dek (dikwijls). Toen zijn ze noa de pastoor gegaan en die nam het männeke met de sacristie in, en vroeg hem: 'Kunt zje muis (= muizen) maken, männeke?' - 'Ja, Meneer pestoor' zei het männeke. - 'Laat dan eens zien' zei de pastoor. En het männeke maakte muis (= muizen), hij nam stöp (= kurken) en wreef zo en blaasde (= blies) t' rop en toen liepen doa weer vijf, zes muis door de sacristie. Toen he(ef)t de pastoor hem met hem (= zich) genomen, en he he(ef)t hem overlezen en het jöngske he(ef)t nooit geen muis mee(r) kunnen maken. As ze het hem dan vroegen kooster (= kon hij) het niemee.
Onderwerp
SINSAG 0581 - Hexe macht Mäuse   
Beschrijving
In Overrepen woonde een jongetje dat muizen kon maken. Wanneer de jongen enkele kurken in zijn handen nam en er daarna over blies, verschenen er muisjes. Nadat de pastoor de jongen had overlezen, kon hij geen muizen meer maken.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
893
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Overrepen   
Plaats van Handelen
Overrepen   
