Hoofdtekst
Ut (als) e kiendje bestekt wier mè spelden. Ze lein zelver (zilver) an de deure, dotegen. Ton kosten die wuven nie mir over de zulle (dorpel). De toveressen aan e puptje dat e persoon vorenstelde. Ze staken da vul mè spel(de)n. Da kiend leed do stief van. De paster laast dat of. Je moeste stief lezen. Je zwitte dobie.
Onderwerp
SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.
  
Beschrijving
Toveressen bezaten een poppetje dat ze vol spelden konden steken. Wanneer dat gebeurde, voelden de kinderen pijn alsof ze zelf door de spelden werden geprikt. Om zich tegen dergelijk kwaad te beschermen, legden de mensen zilver bij de deur, zodat de toveressen niet over de dorpel konden. Wanneer de pastoor een betoverd kind kwam overlezen, zweette hij heel erg.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (nw van houtland)
30.10
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gistel   
